Leerdoelen:
Je kent de betekenis van de volgende begrippen:
Kracht, Zwaartekracht, Spierkracht, veerkracht, Magnetische kracht, Wrijvingskracht, krachtenschaal en zwaartepunt.
Je kan krachten herkennen en je kan rekenen met zwaartekracht en massa.
Je kan met een tekening laten zien welke krachten er op een voorwerp werken.
Je kan analyseren welk effect de verschillende krachten op een voorwerp hebben.
Bestudeer blz 42+43 en maak opdracht 1-10
Het filmpje is ter ondersteuning. Het kan dat er extra dingen worden besproken die niet binnen je eigen lesstof vallen. Maar veel van wat behandelt wordt kan je zeker gebruiken ter voorbereiding van je toets.
Het filmpje is ter ondersteuning. Het kan dat er extra dingen worden besproken die niet binnen je eigen lesstof vallen. Maar veel van wat behandelt wordt kan je zeker gebruiken ter voorbereiding van je toets.
Bestudeer blz 54+55 en maak opdracht 22-30
Leerdoelen:
Je kent de betekenis van de volgende begrippen:
Versnelling, Rolweerstand, Luchtweerstand
Je kan rekenen met kracht en versnelling
Je kan het verband uitleggen tussen kracht en versnelling
Je kan het nut van schuifweerstand bij beweging uitleggen
Bestudeer blz 60+61 en maak opdracht 34-42
Leerdoelen:
Je kent de betekenis van de volgende begrippen:
Botsingstijd, Veiligheidsgordel, Airbag, Kreukelzone, Druk, Helm
Je kan rekenen met kracht en botsingstijd.
Je kan de werking van veiligheidsvoorzieningen in het verkeer uitleggen.
Je kan analyseren welke effecten veiligheidsmaatregelen in het verkeer hebben op kracjt, remtijd of druk.
Bestudeer blz 66+67 en maak opdracht 47-54